na wat vragen van jullie kant heb ik even wat opgezocht en hierbij wat uitleg wat ik nou heb.
Factor V Leiden is een aangeboren en erfelijke bloedstollingziekte.
Bij factor V Leiden is er iets mis met de bloedstolling.
Normaal gesproken zorgt de bloedstolling er voor dat er op wondjes een korstje komt.
Dit korstje vormt zich op de wond, omdat het bloed stolt (hard wordt).
De manier waarop er een korstje ontstaat, is ingewikkeld.
Bij factor V Leiden is het bloed te stolbaar Daardoor kunnen in het bloed kleine stolsels ontstaan.
Die stolsels kunnen groter worden en ergens in het lichaam een verstopping in de bloedbaan veroorzaken.
Dit kan leiden tot trombose. Trombose ontstaat meestal in de bloedvaten van de benen.
Maar trombose kan ook op andere plaatsen in het lichaam voorkomen.
Als het in de longen optreedt is er sprake van longembolie.
Sommige situaties kunnen de kans verhogen dat factor V Leiden opspeelt,
zoals het gebruik van de anticonceptiepil, zwangerschap, roken of te weinig bewegen
De diagnose factor V Leiden wordt vermoed als men trombose krijgt.
De diagnose kan worden bevestigd door bloedonderzoek of een DNA-onderzoek.
Behandeling
De behandeling van factor V Leiden is dezelfde als bij trombose.
Meestal worden bloedverdunnende middelen zoals heparine of aspirine voorgeschreven.
Soms wordt een dieet waar weinig vitamine K in zit aangeraden.
Vitamine K is een stof die stolling juist stimuleert. Deze vitamine remt dus de werking van antistollingsmiddelen.
Vitamine K zit vooral in groenten als sla, spinazie en spruiten. Vet zorgt o.a. voor opname van vitamine K,
vetarm eten kan daarom deel uitmaken van het dieet.
Voorkomen (frequentie)
Er zijn twee vormen van factor V Leiden: een milde en een ernstige vorm.
De milde vorm van factor V Leiden komt bij 3 tot 8 op de 100 mensen voor.
Ongeveer 1 op de 5.000 mensen heeft de ernstige vorm.
Factor V Leiden is de meest voorkomende stollingsafwijking.
Overerving
Mensen met Factor V leiden hebben een kans van 50% om de aandoening door te geven,
tenminste als hun partner geen factor V leiden heeft.
Als beide ouders met de milde vorm het aangedane gen doorgeven,
kunnen ze een kind met de ernstige vorm van factor V Leiden krijgen.
Voor hen is de kans op een kind met de milde vorm 50%,
op een kind met de ernstige vorm 25% en de kans op een kind zonder factor V Leiden 25%.
Risico-factoren worden onderscheiden in erfelijk en niet-erfelijk.
Niet-erfelijke risicofactoren zijn bijvoorbeeldzwangerschap, operaties,
immobilisatie, maligniteiten,antistoffen tegen fosfolipiden of lupus-anticoagulans.
Onder de blanke bevolking is ca. 5% dragervan de factor-V-(1) en 2% drager van de factor-II- (1.3)
factor-V-Leiden-mutatie lopen een ongeveer 7-10 keerhoger risico op trombose.